Steun ons en help Nederland vooruit

woensdag 2 maart 2016

Spoeddebat Koningshof

D66 Maassluis heeft samen met Maassluis Belang en de ChristenUnie een spoeddebat aangevraagd over de gang van zaken rond Theater Koningshof.

Directe aanleiding hiervoor was de brief van het College van B&W van 19 februari (Hier te lezen)

Op dinsdag 1 maart vond dit spoeddebat plaats in een volle raadszaal.

Lees hieronder de inbreng van Leo Eijskoot:

Koningshof… Déjà Vu!

In mijn werkzame leven bij het onderwijs kwam het wel eens voor dat ik geconfronteerd werd met een schoolorganisatie waar het steeds maar weer niet goed ging.
Het gevoel ontstond dat het probleem niet aan de mensen lag, maar aan het gebouw, de organisatie.
Het zelfde gevoel bekruipt mij bij het dossier Koningshof.

Allemaal mensen die – ieder op hun manier – hard werken voor de Koningshof.
Alleen… in verschillende richtingen.
Zou ook hier de organisatie de hoofdschuldige zijn?

Laten we eens kijken of er waarheidsvinding mogelijk is.
Uit stukken uit dit huis, van het bestuur (de voorzitter) en het personeel ontstaat een beeld van verschillende waarheden. Vanuit verschillende belevenissen.
De waarheid bestaat niet.

Dan maar op zoek naar de feiten.
Deze zoektocht levert bij mij veel vragen op.

Laat ik het structureren:

  1. Het personeel
  2. Het bestuur
  3. De gemeente

Het personeel:
Uit de briefwisseling van het personeel met de gemeente blijkt dat er veel zaken in hun ogen niet goed gaan. Zij uiten, vanuit onzekerheid over eigen positie en een groot gevoel voor ‘hun’ Koningshof, dit in een brief op 5 oktober 2015 aan de gemeente.
En niet zo maar een brief, nee een brief van vele kantjes. En niet een paar personeelsleden, maar iedereen of bijna iedereen.

Vragen aan de wethouder:

  1. Waarom heeft u gekozen voor een formele benadering aan het personeel, gezien u brief van 20 oktober 2015?
  2. Waarom komt deze brief niet voor in het feitenoverzicht?
  3. Waarom is de raad niet in kennis gesteld? Zij wordt immers ook genoemd in de brief.
  4. Wat heeft u verder aan nazorg gedaan? U weet toch ook dat onrust binnen het personeel zijn weerslag heeft op de prestaties en de uitstraling.
  5. Waarom kom ik nergens een advies als “vakbond inschakelen” tegen?

Van een andere orde, maar ook over het personeel:

  1. Wanneer wist u dat de extra gelden van 2014 die o.a. bestemd waren om de overwerkuren uit te betalen, niet daarvoor aangewend zijn?
  2. Toen het bestuur opnieuw, voor 2015, om geld vroeg om o.a. de overwerkuren uit te kunnen betalen wat was u reactie daarop?

Het bestuur:
Het bestuur van Koningshof valt, zeker in de communicatie, wel het een en ander te verwijten. En dan druk ik mij nog voorzichtig uit. Maar zij stonden dan ook voor een enorme taak. Was dit wel goed. Gaf de les uit de periode Eitjes niet aan dat die taak eigenlijk niet op de schouders van een onbezoldigd bestuur gelegd kan worden? Vragen die we ons, nu we voor de tweede keer geconfronteerd worden met een vastlopend bestuur, moeten stellen.

Vragen:

  1. is de wethouder het met deze conclusie eens?
  2. De wethouder heeft mediation aangeboden bij het conflict met het personeel. Toen dat werd geweigerd, wat heeft de wethouder verder gedaan? Ik kan daar niets over vinden.
  3. Het bestuur voerde managementtaken uit. Wanneer wist de wethouder dit en waarom heeft hij geen maatregelen tegen deze ongewenste gang van zaken genomen?
  4. Het bestuur beschouwde zichzelf als vrijwilliger. Een vreemde invulling van de bestuurstaak. Heeft de wethouder gewezen op deze vreemde interpretatie van het begrip vrijwilliger? Zo ja, wanneer?
  5. Uitvoering van de door de raad aangenomen aanbevelingen van het Beerenschotonderzoek zijn niet uitgevoerd. O.a. de wijziging van de statuten op een aantal punten. Statuten zijn het juridisch fundament van een organisatie en hard nodig in tijden van verschil van mening. Waarom heeft de wethouder niet toegezien op een spoedige aanpassing van die statuten? En als het bestuur de urgentie daarvan niet inzag, waarom heeft de wethouder niet zelf, actief, nieuwe statuten opgelegd?
  6. Nu heeft Koningshof sinds gisteren geen bestuur meer. Alleen de penningmeester blijft aan om betalingen mogelijk te maken. Wie is er nu eindverantwoordelijk?

Toch moet mij van het hart dat het bestuur hard gewerkt heeft. Veel werk is verzet. Daarvoor verdient het bestuur, ondanks alles, onze dank.

De gemeente:
Wat is de rol van de gemeente, cq het college, de wethouder in dit drama. Gezien het feitenrelaas  heeft de gemeente niet echt pro-actief geacteerd.
Veel is een houding aangenomen van: het bestuur is wettelijk aansprakelijk, het is een onafhankelijke stichting, wij gaan daar niet over.
Voor de tweede keer in de zelfde val gelopen.
Want wij gaan er uiteindelijk wel over. Wij zijn nog steeds de ‘flappentap’. Doordat wij immers via de subsidievoorwaarden veel kunnen afdwingen.
Om die verantwoordelijkheid tot uitdrukking te brengen is het nodig actief mee te doen.

Vragen:

  1. Waarom heeft de wethouder niet actief invloed uitgeoefend vanaf het begin?
  2. Waarom alleen maar financiële controle achteraf?
  3. Waarom de raad in deze controle niet op tijd meegenomen? U wist het pas op 13 november. Waarom, gezien de ervaringen uit het verleden, niet eerder actief vinger aan de pols gehouden?
  4. Het bestuur van Koningshof werd onlangs uitgebreid met een lid waar familierelaties zijn met een wethouder. U heeft ons gemeld dat deze wethouder niet meer deelneemt aan de beraadslagingen binnen het college over Koningshof. Ik ga er van uit dat deze wethouder gisterenavond niet aanwezig was tijdens het ‘constructieve overleg’ met het bestuur. Klopt dit?
  5. Hoe denkt de wethouder in de nieuw ontstane situatie te gaan acteren?

D66 vindt dit alles, gezien de vele, vele vragen weinig verheffend.
Moeten wij ons niet de vraag stellen: Werken wij wel met de juiste structuur?
Zeker het personeel en de vrijwilligers dienen te weten: hoe nu verder?
Daarom pleit D66 voor een tijdelijke bewindvoerder, interim-manager, die rust moet geven binnen en buiten de organisatie en die zo spoedig mogelijk een managementteam samenstelt.
Want één ding is duidelijk: de Koningshof heeft sturing en rust nodig.
De verantwoordelijkheid daarvoor ligt nu bij ons, cq de wethouder.

Wij zien uit naar de beantwoording door de wethouder van de vele vragen en zullen mede daarop onze lijn in tweede termijn bepalen.

Laat het niet nog eens een Déjà Vu worden!